Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
9 oktober 2018.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam in een zedenzaak. De verdachte verzocht om het horen van getuigen en een reconstructie, alsmede betwistte de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangeefster. Het hof had deze verzoeken afgewezen.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld en geoordeeld dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en daarmee het arrest van het hof bekrachtigd. De uitspraak bevestigt de afwijzing van de verzoeken tot het horen van getuigen en het uitvoeren van een reconstructie, evenals de beoordeling van de betrouwbaarheid van verklaringen in het kader van de zedenzaak.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen; het arrest van het hof blijft in stand.