Belanghebbende, een onderneming in de tuinbouwsector, verzocht om teruggaaf van omzetbelasting over het tweede kwartaal van 2013, inclusief omzetbelasting die door een coöperatie in rekening was gebracht voor de levering van machines. De coöperatie, een erkende telersvereniging, had deze machines eerder aan haar leden ter beschikking gesteld en verkocht deze na intrekking van haar erkenning aan belanghebbende.
De Inspecteur stelde dat de overdracht van de machines een overgang van een algemeenheid van goederen betrof, waardoor de coöperatie ten onrechte omzetbelasting had berekend. Het hof bevestigde dit standpunt en kwalificeerde de levering als overgang van een autonoom bedrijfsonderdeel.
De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd door niet te beoordelen of de aard van de verhuur aan de telers ongewijzigd was gebleven. De enkele overdracht van machines vormt niet automatisch een overgang van een onderneming of een autonoom bedrijfsonderdeel. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en bevestigde dat de coöperatie terecht omzetbelasting in rekening bracht en dat belanghebbende recht heeft op teruggaaf van de betaalde omzetbelasting.
De Hoge Raad legde de teruggaaf vast op € 725.623 en veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten en griffierecht. Hiermee is het beroep in cassatie gegrond verklaard en het geschil definitief beslecht.