Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
25 september 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake mishandeling, waarbij sprake was van disproportioneel geweld tijdens een aanhouding in de context van een burgerarrest. De verdachte, geboren in 1972, stelde het beroep in cassatie via zijn raadsman.
De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep, waarop de raadsman schriftelijk reageerde. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet nodig was, aangezien het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en het beroep werd formeel verworpen. Hiermee bleef het arrest van het hof ongewijzigd in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof in de mishandelingszaak.