ECLI:NL:HR:2018:1693

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 september 2018
Publicatiedatum
19 september 2018
Zaaknummer
16/06275
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 359a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in zaak medeplegen gewapende ripdeal met dodelijke afloop

In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplegen van een gewapende ripdeal waarbij met een vuurwapen is geschoten en het slachtoffer is overleden. Het hof had verdachte veroordeeld voor medeplegen van gekwalificeerde diefstal met geweld, waarbij het feit de dood tot gevolg had.

Het cassatieberoep richtte zich onder meer op het verweer dat een getuige was gehoord buiten aanwezigheid van de verdediging (359a-verweer) en op een bewijsklacht met betrekking tot medeplegen van vuurwapengeweld. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen geen cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd derhalve verworpen.

Het arrest werd uitgesproken door de vice-president van Schendel als voorzitter en raadsheren Buruma en Van Strien op 18 september 2018.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

18 september 2018
Strafkamer
nr. S 16/06275
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 november 2016, nummer 20/001103-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 september 2018.