ECLI:NL:HR:2018:1625

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 september 2018
Publicatiedatum
13 september 2018
Zaaknummer
18/01763
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake informatiebeschikkingen

De erfgenamen van A. Z. hebben beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 30 maart 2018. Dit arrest betrof het hoger beroep tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake informatiebeschikkingen die aan belanghebbenden waren gegeven.

De Hoge Raad heeft drie middelen van cassatie ontvangen en beoordeeld, maar deze middelen konden niet tot cassatie leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om de proceskosten aan belanghebbenden toe te rekenen. Het arrest is op 14 september 2018 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt het arrest van het gerechtshof.

Uitspraak

14 september 2018
Nr. 18/01763
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
de erfgenamen van [A], domicilie gekozen hebbende te
[Z], (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 30 maart 2018, nrs. 17/00280 en 17/00281, op het hoger beroep van belanghebbenden tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 15/7280 en 15/7281) betreffende ten aanzien van belanghebbenden gegeven informatiebeschikkingen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbenden hebben tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij drie middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2018.