ECLI:NL:HR:2018:1619

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 september 2018
Publicatiedatum
13 september 2018
Zaaknummer
17/02520
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak over onroerendezaakbelasting gemeente Waalwijk

In deze zaak stond een geschil centraal over de beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Waalwijk voor het jaar 2014 betreffende een onroerende zaak te Waalwijk.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalwijk stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Belanghebbende stelde een incidenteel cassatieberoep in. Beide partijen dienden schriftelijke conclusies in, waaronder repliek en dupliek.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen en klachten van partijen niet tot cassatie konden leiden, omdat deze geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad veroordeelde het college in de proceskosten van het cassatiegeding en wees het incidentele beroep van belanghebbende af zonder proceskostenveroordeling.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2018. Tevens werd een griffierecht geheven van € 501 van het college.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart beide cassatieberoepen ongegrond en veroordeelt het college in de proceskosten.

Uitspraak

14 september 2018
Nr. 17/02520
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalwijkte
Waalwijk(hierna: het College), alsmede het incidentele beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s‑Hertogenboschvan 13 april 2017, nr. 15/00910, op het hoger beroep van belanghebbende en het incidentele hoger beroep van de heffingsambtenaar van de gemeente Waalwijk tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland‑West‑Brabant (nr. AWB 14/7255) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Waalwijk voor het jaar 2014 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z] .

1.Geding in cassatie

Het College heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. Zij heeft tevens incidenteel beroep in cassatie ingesteld en daarbij een klacht aangevoerd.
Het College heeft schriftelijk haar zienswijze omtrent het incidentele beroep naar voren gebracht.
Het College heeft in het principale beroep een conclusie van repliek ingediend.
Belanghebbende heeft in het principale beroep een conclusie van dupliek ingediend.
2 Beoordeling van de in het principale beroep voorgestelde middelen en van de in het incidentele beroep aangevoerde klacht
De middelen en de klacht kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen en de klacht niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. HR 17 augustus 2018, nr. 17/01448, ECLI:NL:HR:2018:1316).

3.Proceskosten

Wat betreft het principale cassatieberoep zal het College worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Wat betreft het incidentele cassatieberoep acht de Hoge Raad geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart beide beroepen in cassatie ongegrond, en
veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalwijk in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 2004 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2018.
Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalwijk wordt een griffierecht geheven van € 501.