Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
11 september 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 december 2016. Verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van diefstal van steigermateriaal en voor belediging van een ambtenaar in functie.
In cassatie werd één middel voorgesteld, gericht op de bewijsklacht omtrent het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. De Procureur-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep, waarna de raadsman van verdachte schriftelijk reageerde.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat nadere motivering niet nodig is, omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarmee wordt het cassatieberoep verworpen en blijft het arrest van het hof ongewijzigd in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.