ECLI:NL:HR:2018:144

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 februari 2018
Publicatiedatum
2 februari 2018
Zaaknummer
17/00358
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake verlenen akte niet-dienen en termijnverlening

In deze zaak heeft de vennootschap Mayia Travel cassatieberoep ingesteld tegen meerdere arresten van het gerechtshof Amsterdam, waarin het ging om procesrechtelijke kwesties omtrent het verlenen van een akte niet-dienen en het al dan niet verlenen van een nadere termijn voor het alsnog nemen van de akte.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten van de lagere instanties voor het gedingverloop en behandelt het cassatieberoep op basis van de conclusie van de Advocaat-Generaal, die strekte tot niet-ontvankelijkverklaring van Mayia Travel voor het cassatieberoep tegen het tussenarrest en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat gezien artikel 81 lid 1 RO Pro geen nadere motivering nodig is, omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt Mayia Travel in de kosten van het cassatiegeding, waarbij een specificatie van verschotten en salaris wordt gegeven.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Polak, Sieburgh en in het openbaar uitgesproken door Tanja-van den Broek.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Mayia Travel wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

2 februari 2018
Eerste Kamer
17/00358
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
De vennootschap naar Grieks recht G. LOUKISAS SIA, handelende onder de naam MAYIA TRAVEL,
gevestigd te Zakynthos, Griekenland,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. B. Winters,
t e g e n
TUI NEDERLAND N.V.,
gevestigd te Rijswijk,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Mayia Travel en TUI.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/13/560635/HA ZA 14-262 van de rechtbank Amsterdam van 14 mei 2014 en 13 mei 2015;
b. de arresten in de zaak 200.176.063/01 van het gerechtshof Amsterdam van 30 augustus 2016, 11 oktober 2016 (rolbeslissing), 15 november 2016 en 3 januari 2017.
De arresten en de rolbeslissing van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de arresten en de rolbeslissing van het hof heeft Mayia Travel beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
TUI heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van Mayia Travel in haar cassatieberoep tegen het tussenarrest van 30 augustus 2016 en tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige.
De advocaat van Mayia Travel heeft bij brief van 21 december 2017 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Mayia Travel in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van TUI begroot op € 6.575,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
2 februari 2018.