Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3 Beslissing
28 augustus 2018.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake poging tot doodslag met een mes op meerdere slachtoffers. Verdachte had met een mes meerdere steken toegebracht aan A en B, met als beweerd motief het innen van openstaande schulden.
Het cassatieberoep is ingesteld door verdachte, vertegenwoordigd door advocaat J.J. Bussink. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld op ontvankelijkheid en inhoudelijke gronden. De Hoge Raad concludeerde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat verdachte onvoldoende belang bij het beroep heeft of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 28 augustus 2018.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard door de Hoge Raad.