ECLI:NL:HR:2018:119

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 januari 2018
Publicatiedatum
30 januari 2018
Zaaknummer
16/01083
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep wegens schending verhoorbijstand voor 2016

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uit januari 2016. Het geschil draait om de toepassing van het Salduz-verweer, waarbij verdachte stelt dat zijn recht op verhoorbijstand is geschonden bij politieverhoren in 2012.

De Hoge Raad overweegt dat het Hof terecht heeft geoordeeld dat volstaan kan worden met de constatering dat sprake is van schending van het recht op verhoorbijstand van vóór 1 maart 2016. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) uit september 2016 in de zaken Ibrahim e.a./Verenigd Koninkrijk.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, en de Hoge Raad volgt dit advies. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wijst het beroep af en bevestigt daarmee het oordeel van het Hof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens onvoldoende gronden voor cassatie over schending verhoorbijstand vóór 2016.

Uitspraak

30 januari 2018
Strafkamer
nr. S 16/01083
AGE/LBS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 22 januari 2016, nummer 21/000721-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 januari 2018.