Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Leeuwarden,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
13 juli 2018.
Hoge Raad
In deze zaak stond de beëindiging van het ouderlijk gezag centraal, waarbij de moeder in cassatie ging tegen de beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het geschil betrof onder meer het verzoek tot deskundigenonderzoek dat door het hof was afgewezen.
De moeder stelde meerdere klachten aan het hof, maar deze konden niet leiden tot cassatie. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere uitspraken van de rechtbank Noord-Nederland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor het geding in feitelijke instanties.
De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen, waarop de moeder reageerde. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen aanleiding geven tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom werd het cassatieberoep verworpen en bleef de beschikking van het hof in stand. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door raadsheer T.H. Tanja-van den Broek.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de beschikking van het hof bevestigd.