ECLI:NL:HR:2018:1168

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juli 2018
Publicatiedatum
11 juli 2018
Zaaknummer
16/06114
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 2.2.1 APV 2008 Amsterdam
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt geen openbare ordeverstoring door nachtelijk schelden na sluitingstijd

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin werd geoordeeld over de vraag of het ’s nachts roepen van scheldwoorden te midden van publiek dat een uitgaansgelegenheid verlaat, een verstoring van de openbare orde oplevert op grond van artikel 2.2.1 van de APV 2008 Amsterdam.

De verdachte werd in eerste aanleg en in hoger beroep veroordeeld voor het overtreden van deze bepaling. In cassatie stelde de raadsman een middel voor dat de Hoge Raad echter niet ontvankelijk achtte voor verdere behandeling, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep, hetgeen de Hoge Raad volgde. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Amsterdam in stand. De Hoge Raad benadrukt dat het roepen van scheldwoorden in deze context niet automatisch een verstoring van de openbare orde inhoudt.

Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en werd op 10 juli 2018 uitgesproken.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte wegens ordeverstoring.

Uitspraak

10 juli 2018
Strafkamer
nr. S 16/06114
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 21 november 2016, nummer 23/000125-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 juli 2018.