ECLI:NL:HR:2018:1120

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juli 2018
Publicatiedatum
9 juli 2018
Zaaknummer
17/03287
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in jeugdzaak vermogensdelicten wegens falende bewijsklachten

In deze zaak heeft de verdachte, geboren in 1996, beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag dat hem veroordeelde voor een reeks vermogensdelicten. De advocaat van de verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld, gericht op het ontbreken van voldoende bewijs voor opzet en poging tot gekwalificeerde diefstal.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, en de Hoge Raad heeft dit advies gevolgd. De middelen van cassatie zijn niet ontvankelijk bevonden om inhoudelijk te worden behandeld, omdat zij geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, met raadsheren M.J. Borgers en M.T. Boerlage, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 10 juli 2018. Hiermee blijft het hofarrest in stand en wordt het cassatieberoep van de verdachte verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen, het hofarrest blijft in stand.

Uitspraak

10 juli 2018
Strafkamer
nr. S 17/03287
SSA/LBS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 22 juni 2017, nummer 22/003023-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 juli 2018.