ECLI:NL:HR:2018:1015

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 juni 2018
Publicatiedatum
26 juni 2018
Zaaknummer
17/04008
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 432 SvArt. 434 SvWetboek van Strafvordering
Verwijzingen
5 uitgaand · 8 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens ontbreken stukken betekening oproeping verdachte

De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 11 november 2016. De Hoge Raad beoordeelt eerst de ontvankelijkheid van het beroep en concludeert dat het cassatieberoep tijdig is ingesteld, ondanks onduidelijkheden over de volmachtverlening.

Vervolgens wordt het eerste middel behandeld, waarin wordt geklaagd over het ontbreken van de stukken betreffende de betekening van de oproeping van verdachte voor de terechtzitting van het hof. Het proces-verbaal vermeldt dat verdachte niet is verschenen maar volgens voorschriften is opgeroepen. De stukken over de betekening ontbreken echter in het dossier en zullen waarschijnlijk niet meer beschikbaar komen.

De Hoge Raad oordeelt dat hierdoor niet kan worden vastgesteld of de oproeping tijdig en volgens de wet is betekend, wat een fundamenteel procesrechtelijk probleem vormt. Daarom wordt het bestreden arrest vernietigd en wordt de zaak terugverwezen naar het hof voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep.

Uitkomst: Het arrest van het Gerechtshof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

26 juni 2018
Strafkamer
nr. S 17/04008
JHO/IV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 11 november 2016, nummer 23/004094-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft F.P. Slewe, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
2.1.
Bij de op de voet van art. 434 Sv Pro aan de Hoge Raad gezonden stukken bevindt zich een akte rechtsmiddel inhoudende dat een griffiemedewerker van het Hof, die blijkens de aan de akte gehechte volmacht door de verdachte daartoe was gemachtigd, verklaart namens deze beroep in cassatie in te stellen tegen het arrest van het Hof van 11 november 2016. De Hoge Raad gaat aan deze akte voorbij nu op de gronden die in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 en 5 zijn vermeld, de aan die akte gehechte brief van 26 oktober 2016 van de verdachte niet kan worden verstaan als een volmacht tot het instellen van beroep in cassatie tegen 's Hofs arrest van 11 november 2016.
2.2.
Voorts bevindt zich bij die stukken een "Herstel Akte rechtsmiddel" van 7 november 2017, inhoudende - naar de Hoge Raad begrijpt - dat de raadsman als bepaaldelijk gevolmachtigde van de verdachte verklaart beroep in cassatie in te stellen tegen voormeld arrest van het Hof. Nu de stukken geen aanwijzingen bevatten dat het beroep, gelet op art. 432 Sv Pro, te laat is ingesteld, kan de verdachte worden ontvangen in het beroep.

3.Beoordeling van het eerste middel

3.1.
Het middel klaagt over het ontbreken van de stukken inzake de betekening van de oproeping van de verdachte voor de terechtzitting van het Hof van 11 november 2016.
3.2.
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 11 november 2016, mede naar aanleiding waarvan het bestreden arrest is gewezen, houdt in dat de verdachte aldaar niet is verschenen en dat de voorzitter heeft medegedeeld dat de verdachte overeenkomstig de voorschriften van het Wetboek van Strafvordering is opgeroepen. Het houdt voorts in dat het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden en dat meteen na de sluiting van het onderzoek uitspraak is gedaan.
3.3.
De in het middel bedoelde stukken bevinden zich niet in het op de voet van art. 434 Sv Pro aan de Hoge Raad gezonden dossier. Op grond van de door de Advocaat-Generaal in diens conclusie onder 17 verstrekte informatie moet worden aangenomen dat die stukken niet meer beschikbaar zullen komen. Dat brengt mee dat niet kan worden onderzocht of de oproeping van de verdachte voor voormelde terechtzitting tijdig en op de bij de wet voorgeschreven wijze is betekend. Het middel klaagt daarover terecht.

4.Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 juni 2018.