Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
19 mei 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoeker die toelating tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) heeft aangevraagd. De rechtbank en het gerechtshof hebben het verzoek afgewezen omdat de verzoeker onvoldoende inzage gaf in de schulden bij de belastingdienst en er twijfels waren over de goede trouw bij het ontstaan van deze schulden.
Tegen het arrest van het gerechtshof heeft de verzoeker cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren.
Daarom wordt het cassatieberoep verworpen en blijft het arrest van het gerechtshof in stand. De beslissing bevestigt het belang van volledige inzage in schulden en goede trouw bij toelating tot de WSNP.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het toelatingsverzoek tot de WSNP blijft afgewezen.