Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3. Beslissing
24 januari 2017.
Hoge Raad
Verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld op ontvankelijkheid. De klachten die door de verdachte zijn aangevoerd, rechtvaardigen volgens de Hoge Raad geen behandeling in cassatie omdat de verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang bij het cassatieberoep heeft of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad heeft, na overleg met de Procureur-Generaal, besloten het beroep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie. Hierdoor wordt het cassatieberoep niet inhoudelijk behandeld.
Het arrest is gewezen door de vice-president van de Hoge Raad A.J.A. van Dorst als voorzitter, samen met raadsheren J. de Hullu en M.J. Borgers, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 24 januari 2017.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.