Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
11 april 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 27 juli 2015 in een mishandelingszaak. Het geschilpunt betrof het afwijzen van het verzoek om een in Suriname verblijvende getuige te horen, terwijl haar verklaringen als bewijs waren gebruikt.
De verdediging klaagde over de afwijzing van dit verzoek, stellende dat het horen van deze getuige essentieel was voor een eerlijk proces. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was, mede gelet op artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het beroep werd derhalve verworpen.
De uitspraak bevestigt dat het gebruik van verklaringen van een niet-gehoorde getuige uit het buitenland niet zonder meer tot cassatie leidt, mits de procedurele waarborgen voldoende zijn gewaarborgd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor mishandeling.