ECLI:NL:HR:2017:628

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 april 2017
Publicatiedatum
6 april 2017
Zaaknummer
16/06137
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 98 Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, die op haar beurt het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant. Het geschil betrof een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

De Hoge Raad beoordeelde de klachten van belanghebbende en stelde vast dat het cassatieberoep niet gericht was op schending of verkeerde toepassing van de bepalingen van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen zoals vereist in artikel 98, lid 1, van die wet. Hierdoor konden de klachten niet tot cassatie leiden.

De Hoge Raad vond geen gronden voor veroordeling in de proceskosten en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door raadsheer J. Wortel als voorzitter, samen met raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren op 7 april 2017.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond wegens het ontbreken van een gegronde klacht over schending of verkeerde toepassing van de relevante wetsartikelen.

Uitspraak

7 april 2017
Nr. 16/06137
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 18 november 2016, nr. 15/5682 WAZ, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant (nr. 15/996) betreffende een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

2.Beoordeling van de klachten

Ingevolge artikel 98, lid 1, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen kan beroep in cassatie worden ingesteld tegen uitspraken van de Centrale Raad ter zake van schending of verkeerde toepassing van de artikelen 1, derde tot en met het zevende lid, 3 tot en met 6 van die wet en de op die artikelen berustende bepalingen.
Het onderhavige cassatieberoep behelst niet een klacht ter zake van schending of verkeerde toepassing van voormelde bepalingen. De klachten kunnen derhalve niet tot cassatie leiden.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2017.