Uitspraak
[X]te
[Z], Marokko (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 4 november 2016, nr. 16/1315 ANW, betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene nabestaandenwet.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over een besluit van de Sociale verzekeringsbank op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW).
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit komt doordat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Om redenen van proceseconomie heeft de Hoge Raad besloten het beroep niet-ontvankelijk te verklaren zonder te oordelen over de vraag of belanghebbende ten aanzien van het verschuldigde griffierecht een beroep kan doen op betalingsonmacht.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2017.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.