ECLI:NL:HR:2017:606

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 april 2017
Publicatiedatum
6 april 2017
Zaaknummer
16/05796
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag parkeerbelasting gemeente Hilversum

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 november 2016, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland werd behandeld. De zaak betrof een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Hilversum.

De Hoge Raad heeft de klacht van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kan leiden. Dit oordeel werd genomen op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, waarbij geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de klacht geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door raadsheren Fierstra, Wortel en Beukers-van Dooren en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2017.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

7 april 2017
Nr. 16/05796
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 15 november 2016, nr. 16/00457, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland (nr. UTR 15/3181) betreffende de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting van de gemeente Hilversum.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een klacht aangevoerd.

2.Beoordeling van de klacht

De klacht kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klacht niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers‑van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2017.