Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het tweede middel
[betrokkene 3] over de aard van de afpersingshandelingen en de wijze waarop die handelingen op 1 december 2012 hebben plaatsgevonden, alsmede de verklaring van [betrokkene 4] , onder meer inhoudende dat op 2 december 2012 de verdachte "grote ogen opzette en richting [betrokkene 1] [ [betrokkene 1] ] keek" en de indruk gaf "dat hij schrok van de ontmoeting". Anders dan in het middel wordt betoogd, is dus van schending van art. 342, tweede lid, Sv geen sprake.
4.Beslissing
4 april 2017.