Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
21 maart 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake de bewaring van een motorblok en een frame van een motorfiets. Verdachte was vrijgesproken van opzetheling van deze onderdelen, maar het hof had toepassing gegeven aan de maatstaf van artikel 353, tweede lid, onder c, van het Wetboek van Strafvordering.
De advocaat van verdachte heeft een middel van cassatie voorgesteld, waarop de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping. De raadsman heeft hier schriftelijk op gereageerd, maar de Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 21 maart 2017. Hiermee wordt het beroep van verdachte verworpen en blijft het arrest van het hof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.