Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
21 maart 2017.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin een verzoek tot deskundigenonderzoek naar zijn geestelijke gezondheid werd afgewezen. Het verzoek was gebaseerd op artikelen 328, 331 lid 1 en 415 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering, in samenhang met artikel 316 lid 1 Sv Pro.
De advocaat van de verdachte heeft een middel van cassatie voorgesteld dat betrekking had op de begrijpelijkheid van de toepassing van het noodzaakcriterium bij het afwijzen van het deskundigenonderzoek. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat het middel geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept. Het beroep wordt derhalve verworpen.
Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 21 maart 2017.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het verzoek tot deskundigenonderzoek blijft afgewezen.