Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
7 maart 2017.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond het beroep in cassatie centraal tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin vrijspraak werd gegeven voor een tenlastelegging gerelateerd aan een inreisverbod. De Advocaat-Generaal stelde cassatie in tegen deze vrijspraak en de strafoplegging.
Het middel richtte zich op het oordeel van het hof dat het uitgevaardigde inreisverbod evident in strijd was met Richtlijn 2008/115/EG (de Terugkeerrichtlijn). De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende gemotiveerd had waarom het inreisverbod strijdig was met deze richtlijn.
Op basis van eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2017:239) werd het middel gegrond verklaard. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof voor zover het de vrijspraak en strafoplegging betrof en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling binnen het bestaande hoger beroep.
De uitspraak werd gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 7 maart 2017, met als voorzitter vice-president W.A.M. van Schendel en raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en wijst zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering inreisverbod strijdig met Terugkeerrichtlijn.