ECLI:NL:HR:2017:366

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 maart 2017
Publicatiedatum
7 maart 2017
Zaaknummer
16/01808
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 197 SrRichtlijn 2008/115/EG
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens ontoereikende motivering inreisverbod strijdig met Terugkeerrichtlijn

In deze strafzaak stond het beroep in cassatie centraal tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin vrijspraak werd gegeven voor een tenlastelegging gerelateerd aan een inreisverbod. De Advocaat-Generaal stelde cassatie in tegen deze vrijspraak en de strafoplegging.

Het middel richtte zich op het oordeel van het hof dat het uitgevaardigde inreisverbod evident in strijd was met Richtlijn 2008/115/EG (de Terugkeerrichtlijn). De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende gemotiveerd had waarom het inreisverbod strijdig was met deze richtlijn.

Op basis van eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2017:239) werd het middel gegrond verklaard. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof voor zover het de vrijspraak en strafoplegging betrof en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling binnen het bestaande hoger beroep.

De uitspraak werd gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 7 maart 2017, met als voorzitter vice-president W.A.M. van Schendel en raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien.

Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en wijst zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering inreisverbod strijdig met Terugkeerrichtlijn.

Uitspraak

7 maart 2017
Strafkamer
nr. S 16/01808
AJ/LBS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 27 januari 2016, nummer 23/000474-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.

1.Geding in cassatie

Het beroep - dat kennelijk is beperkt tot de vrijspraak van het onder 2 tenlastegelegde - is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 2 tenlastegelegde alsmede de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Het middel, dat opkomt tegen de door het Hof gegeven vrijspraak van het onder 2 tenlastegelegde, klaagt onder meer dat het oordeel van het Hof dat het inreisverbod evident in strijd is met het bepaalde in Richtlijn nr. 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PbEG L 348/98; de Terugkeerrichtlijn) ontoereikend is gemotiveerd.
2.2.
Op de gronden als vermeld in HR 14 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:239 is het middel in zoverre terecht voorgesteld.

3.Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak - voor zover aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen - niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 maart 2017.