Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
19 december 2017.
Hoge Raad
Verdachte werd door twee motoragenten achtervolgd en klemgereden. Om aan de staandehouding te ontkomen reed hij achteruit en vooruit op een motoragent in, wat leidde tot het gebruik van vuurwapens door de politie. Het hof oordeelde dat sprake was van poging tot zware mishandeling met voorwaardelijk opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan een agent.
Verdachte voerde in cassatie onder meer aan dat er sprake was van noodweerexces en betwistte het vuurwapengebruik door de politie in het licht van de Ambtsinstructie. Tevens verzocht hij om nader onderzoek door het NFI op grond van art. 315 Sv Pro. De Hoge Raad verwierp deze middelen en oordeelde dat het beroep niet tot cassatie kon leiden.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en wees het verzoek tot nader forensisch onderzoek af. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 19 december 2017.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.