ECLI:NL:HR:2017:3116

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 december 2017
Publicatiedatum
12 december 2017
Zaaknummer
16/02167
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak feitelijke leiding geven bij nalaten melding ongebruikelijke transacties

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De verdachte werd betrokken bij een strafzaak over het feitelijk leiding geven aan het opzettelijk nalaten van het doen van meldingen van ongebruikelijke transacties door een rechtspersoon.

De middelen van cassatie betroffen onder meer het opzet van de rechtspersoon, de feitelijke leiding, de toepasselijkheid van de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties, het alsnog voldoen aan de meldplicht in een later stadium en de gebruikte maatstaf bij de verwerping van het no-verweer. De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de middelen niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting op 12 december 2017.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de strafrechtelijke aansprakelijkheid van verdachte.

Uitspraak

12 december 2017
Strafkamer
nr. S 16/02167 A
NA/EC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 23 maart 2016, nummer H 006/11, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.W. Noorduyn, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 december 2017.