ECLI:NL:HR:2017:3092

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 december 2017
Publicatiedatum
7 december 2017
Zaaknummer
16/01225
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake bindende tariefinlichtingen

Belanghebbende, een B.V., stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 28 januari 2016. Dit arrest betrof het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Noord-Holland inzake zes bindende tariefinlichtingen die aan belanghebbende waren gegeven.

De Hoge Raad ontving het cassatieberoep en de verweerschriften van de Staatssecretaris van Financiën, evenals een conclusie van repliek van belanghebbende. Na beoordeling van het ingediende middel oordeelde de Hoge Raad dat het middel niet tot cassatie kon leiden. Volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie behoefde het middel geen nadere motivering omdat het geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad besloot geen proceskosten aan belanghebbende toe te kennen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken op 8 december 2017 door de vice-president Overgaauw als voorzitter en de raadsheren Punt en Van Hilten, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Cichowski.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

8 december 2017
Nr. 16/01225
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 28 januari 2016, nrs. 14/00205 tot en met 14/00210, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord‑Holland (nrs. AWB 13/1768 tot en met AWB 13/1773) betreffende zes ten aanzien van belanghebbende bij beschikking gegeven bindende tariefinlichtingen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2017.