Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
21 november 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake het telen van hennep. Verdachte voerde aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard omdat hij reeds een bestuurlijke boete had gekregen van een uitkeringsinstantie (UWV) voor hetzelfde feit.
De Hoge Raad overwoog dat op grond van artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (RO) het middel niet tot cassatie kan leiden. Dit betekent dat het beroep op niet-ontvankelijkheid niet wordt gehonoreerd en dat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Advocaat-Generaal had eveneens geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 21 november 2017.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vervolging ondanks de eerdere bestuurlijke boete.