ECLI:NL:HR:2017:297

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 februari 2017
Publicatiedatum
23 februari 2017
Zaaknummer
16/03653
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2007

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 31 mei 2016, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland werd behandeld. Het geschil betrof een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2007.

De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en de conclusie van repliek van belanghebbende. Na beoordeling oordeelde de Hoge Raad dat de klachten van belanghebbende niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was een nadere motivering niet vereist, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die relevant zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president Overgaauw en raadsheren van Loon en van Kalmthout op 24 februari 2017.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

24 februari 2017
Nr. 16/03653
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 31 mei 2016, nr. 15/00771, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 15/468) betreffende de aan belanghebbende over het jaar 2007 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2017.