ECLI:NL:HR:2017:2896

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 november 2017
Publicatiedatum
16 november 2017
Zaaknummer
17/03582
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 287a lid 1 FwArt. 285 lid 1 onder f FwArt. 48 lid 1 WCK
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake gedwongen schuldregeling en verklaring art. 285 lid 1 Fw

In deze zaak heeft de Hoge Raad op 17 november 2017 het cassatieberoep verworpen dat was ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 18 juli 2017. De zaak betreft een verzoek tot gedwongen schuldregeling op grond van artikel 287a lid 1 van de Faillissementswet (Fw).

De kern van het geschil betrof de vraag of een verklaring als bedoeld in artikel 285 lid Pro 1, onder f, Fw, die niet was afgegeven door een persoon of instantie als bedoeld in artikel 48 lid 1 van Pro de Wet controle accountantsorganisaties (WCK), toch redelijk kon worden toegepast. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was, omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad verwees naar het vonnis van de rechtbank Den Haag van 6 april 2017 en het arrest van het gerechtshof Den Haag van 18 juli 2017, welke aan het arrest zijn gehecht. De verwerping van het cassatieberoep betekent dat het arrest van het hof in stand blijft en dat het verzoek tot gedwongen schuldregeling op de wijze zoals door het hof beoordeeld is afgewezen.

De verwerping werd uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek namens het gerecht, onder voorzitterschap van A.H.T. Heisterkamp en met medewerking van de raadsheren G. Snijders, G. de Groot, C.E. du Perron en M.J. Kroeze.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof Den Haag.

Uitspraak

17 november 2017
Eerste Kamer
17/03582
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg.
t e g e n
1. De vennootschap onder firma GELDVOORELKAAR.NL,
gevestigd te Rhenen,
2. De naamloze vennootschap
DE VOLKSBANK N.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en Geldvoorelkaar en De Volksbank.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/09/524537/FT RK 16/2752 van de rechtbank Den Haag van 6 april 2017;
b. het arrest in de zaak 200.214.142/01 van het gerechtshof Den Haag van 18 juli 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Geldvoorelkaar en De Volksbank hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 11 oktober 2017 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer A.H.T. Heisterkamp als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, G. de Groot, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
17 november 2017.