ECLI:NL:HR:2017:2887

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 november 2017
Publicatiedatum
16 november 2017
Zaaknummer
17/01096
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 30 Invorderingswet 1990
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake invorderingsrente

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 20 januari 2017, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant werd behandeld. De zaak betrof de invorderingsrente die op grond van artikel 30 van Pro de Invorderingswet 1990 aan belanghebbende in rekening was gebracht.

De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en beoordeelde het ingediende middel. Het middel werd verworpen omdat het geen aanleiding gaf tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling, zoals vereist door artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad zag geen grond voor het opleggen van proceskosten aan partijen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Fierstra, Groeneveld en Wortel op 17 november 2017.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het gerechtshof bevestigd.

Uitspraak

17 november 2017
Nr. 17/01096
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 20 januari 2017, nrs. 15/01356 en 15/01357, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 14/6536 en 14/6537) betreffende de bij belanghebbende op de voet van artikel 30 van Pro de Invorderingswet 1990 in rekening gebrachte invorderingsrente.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2017.