ECLI:NL:HR:2017:2845

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 november 2017
Publicatiedatum
9 november 2017
Zaaknummer
16/05027
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitleg voorwaarden koopovereenkomst recreatiepark voor nabetaling

In deze zaak staat de uitleg van de voorwaarden in een koopovereenkomst betreffende een recreatiepark centraal, specifiek met betrekking tot de verschuldigdheid van een nabetaling. DroomPark Bad Hoophuizen B.V. heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat eerder uitspraak deed over de kwestie.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Gelderland en het arrest van het hof voor de feitelijke gang van zaken. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop DroomPark heeft gereageerd.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat er geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het beroep wordt verworpen en DroomPark wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van DroomPark wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten.

Uitspraak

10 november 2017
Eerste Kamer
16/05027
TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
DROOMPARK BAD HOOPHUIZEN B.V.,
gevestigd te Beekbergen,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. K. Teuben,
t e g e n
1. HOOPHUIZEN B.V.,
gevestigd te Nunspeet,
2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
3. [verweerster 3],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. M. Ynzonides.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als DroomPark en Hoophuizen c.s.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/05/253171 van de rechtbank Gelderland van 29 januari 2014 en 23 juli 2014;
b. het arrest in de zaak 200.160.098 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juni 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft DroomPark beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Hoophuizen c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Hoophuizen c.s. mede door mr. T.A. Waterbolk.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van DroomPark heeft bij brief van 22 september 2017 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt DroomPark in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Hoophuizen c.s. begroot op 856,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
10 november 2017.