ECLI:NL:HR:2017:2779

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 oktober 2017
Publicatiedatum
26 oktober 2017
Zaaknummer
17/01723
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond inzake inkomstenbelastingaanslag 2010

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 3 maart 2017, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2010 werd behandeld.

De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en heeft de ingebrachte middelen beoordeeld. De middelen konden niet tot cassatie leiden en behoefden geen nadere motivering, omdat zij geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd op 27 oktober 2017 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

27 oktober 2017
Nr. 17/01723
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 3 maart 2017, nr. 16/03352, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 15/4838) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2010 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2017.