ECLI:NL:HR:2017:2661

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 oktober 2017
Publicatiedatum
19 oktober 2017
Zaaknummer
17/01676
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke zaak

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld op ontvankelijkheid en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit is omdat de partij klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad heeft vervolgens, met toepassing van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal, het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 20 oktober 2017 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren.

Deze uitspraak betekent dat het cassatieberoep niet inhoudelijk is behandeld en dat de eerdere uitspraak van de rechtbank in stand blijft. De beslissing bevestigt het belang van ontvankelijkheid en voldoende belang bij cassatieprocedures in bestuursrechtelijke zaken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Uitspraak

20 oktober 2017
Nr. 17/01676
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Rechtbank Noord-Hollandvan 10 februari 2017, nr. HAA 16/3789, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank van 17 oktober 2016.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur‑Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2017.