Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
13 oktober 2017.
Hoge Raad
In deze zaak stond het verzoek tot verdeling van de huwelijksgemeenschap centraal, waarbij de boedelbeschrijving als ondeugdelijk werd beoordeeld. De rechtbank en het gerechtshof hadden het verzoek afgewezen op grond van de ondeugdelijkheid van de boedelbeschrijving.
De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen de beschikking van het gerechtshof, maar de man heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de vrouw niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
Daarom werd het cassatieberoep verworpen en bleef de afwijzing van het verzoek tot verdeling van de huwelijksgemeenschap in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de afwijzing van het verzoek tot verdeling van de huwelijksgemeenschap blijft in stand.