Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te [vestigingsplaats],
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
4.Beslissing
29 september 2017.
Hoge Raad
Verzoekster heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter te Assen van 28 februari 2017. De Hoge Raad verwijst naar dit vonnis dat aan het arrest is gehecht.
De Advocaat-Generaal adviseert tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoekster op grond van artikel 80a RO. De Hoge Raad constateert dat de procesinleiding niet langs elektronische weg is ingediend, zoals vereist in artikel 30c lid 1 Rv. Tevens is in de procesinleiding geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen conform artikel 407 lid 3 Rv Pro.
Verzoekster had de mogelijkheid om deze gebreken binnen twee weken te herstellen door een nieuwe procesinleiding in te dienen die aan de wettelijke eisen voldeed, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Daarom verklaart de Hoge Raad verzoekster niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep.
De beschikking is op 29 september 2017 gegeven door de raadsheren en in het openbaar uitgesproken door raadsheer G. de Groot.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens niet-electronische indiening en ontbreken advocaat.