ECLI:NL:HR:2017:2469

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 september 2017
Publicatiedatum
25 september 2017
Zaaknummer
16/03620
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1.1 Landsverordening internationale misdrijven
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak foltering en veroordeling medeplegen mishandeling gevangenisdetainee in Aruba

De zaak betreft een cassatieberoep van het Openbaar Ministerie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Verdachte werd vrijgesproken van foltering maar veroordeeld voor medeplegen van mishandeling van een gedetineerde die met geboeide handen werd geslagen en geschopt door gevangenisbewaarders tijdens hun dienst.

Het cassatiemiddel richtte zich tegen de vrijspraak van foltering en betrof de uitleg van het begrip "oogmerk" zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Landsverordening internationale misdrijven. De Hoge Raad verwijst naar een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2017:2390) waarin de uitleg van dit begrip is behandeld en oordeelt dat het cassatiemiddel niet kan slagen.

De Hoge Raad verwerpt het beroep van het Openbaar Ministerie en bevestigt daarmee de vrijspraak van foltering. De zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep met betrekking tot de overige tenlasteleggingen. Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren op 26 september 2017.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak van foltering en handhaaft de veroordeling voor medeplegen van mishandeling.

Uitspraak

26 september 2017
Strafkamer
nr. S 16/03620 A
SB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 10 februari 2016, nummer H 77/2015, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door het Openbaar Ministerie. Het heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak voor zover de verdachte is vrijgesproken van het hem primair tenlastegelegde, en tot terugwijzing van de zaak naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Het middel klaagt over de door het Hof gegeven vrijspraak van de primair tenlastegelegde foltering.
2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in het heden uitgesproken arrest in de zaak 16/03609 A, ECLI:NL:HR:2017:2390 kan het middel niet tot cassatie leiden.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst, Y. Buruma, A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 september 2017.