Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
26 september 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van het Openbaar Ministerie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Verdachte werd vrijgesproken van foltering maar veroordeeld voor medeplegen van mishandeling van een gedetineerde die met geboeide handen werd geslagen en geschopt door gevangenisbewaarders tijdens hun dienst.
Het cassatiemiddel richtte zich tegen de vrijspraak van foltering en betrof de uitleg van het begrip "oogmerk" zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Landsverordening internationale misdrijven. De Hoge Raad verwijst naar een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2017:2390) waarin de uitleg van dit begrip is behandeld en oordeelt dat het cassatiemiddel niet kan slagen.
De Hoge Raad verwerpt het beroep van het Openbaar Ministerie en bevestigt daarmee de vrijspraak van foltering. De zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep met betrekking tot de overige tenlasteleggingen. Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren op 26 september 2017.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak van foltering en handhaaft de veroordeling voor medeplegen van mishandeling.