Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
15 september 2017.
Hoge Raad
In deze zaak heeft verzoekster cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 6 maart 2017, die betrekking had op de oproeping van een schuldenaar voor verhoor door de rechter-commissaris in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP).
De Hoge Raad verwijst naar het eerdere vonnis en de beschikking in de insolventiezaak en behandelt de vraag of tegen de oproeping van de schuldenaar hoger beroep openstaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal was om het cassatieberoep te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat deze geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom wordt het beroep verworpen.
De beschikking is gegeven door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Tanja-van den Broek en du Perron, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer De Groot op 15 september 2017.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant blijft in stand.