Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 15 december 2016, nr. 15/00881, betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen.
Hoge Raad
Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde cassatieberoep in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 15 december 2016, die betrekking had op een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen.
Eerder had de Hoge Raad bij arrest van 18 december 2015 de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. In het tweede cassatieberoep heeft belanghebbende een middel voorgesteld, waarop de Staatssecretaris van Financiën een verweerschrift heeft ingediend en belanghebbende een conclusie van repliek.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat het middel geen rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens acht de Hoge Raad geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten.
Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt daarmee het arrest van het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.