Uitspraak
[X]te
[Z]( hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Overijsselvan 25 januari 2016, nr. Awb 15/1344, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 10 september 2015.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Overijssel. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Ondanks deze aanmaningen heeft belanghebbende het griffierecht niet voldaan en geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om dit te verklaren.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2017.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.