ECLI:NL:HR:2017:1613

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 augustus 2017
Publicatiedatum
10 augustus 2017
Zaaknummer
17/00405
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatieAlgemene wet inzake rijksbelastingenWet inkomstenbelasting 2001
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting

Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 20 december 2016, waarin een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en de daarbij behorende beschikking inzake heffingsrente over het jaar 2010 waren bevestigd.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld op ontvankelijkheid en inhoud. De klachten van belanghebbende werden als onvoldoende gegrond beschouwd om behandeling in cassatie te rechtvaardigen. Tevens ontbrak het aan voldoende belang bij het cassatieberoep.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Hiermee blijft het arrest van het gerechtshof in stand.

De uitspraak is gedaan door raadsheer Wortel als voorzitter, met de raadsheren Groeneveld en Beukers-van Dooren, en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2017.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang en onvoldoende gronden.

Uitspraak

11 augustus 2017
nr. 17/00405
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 20 december 2016, nr. 15/00111, betreffende de aan belanghebbende over het jaar 2010 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur‑Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers‑van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2017.