Uitspraak
[X]te
[Z], Slowakije (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Zeeland-West-Brabantvan 24 februari 2017, nr. BRE 16/1863, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 11 november 2016.
Hoge Raad
In deze bestuursrechtelijke zaak met een belastingrechtelijk karakter heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant beoordeeld.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit komt doordat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na gehoord te hebben de Procureur-Generaal, verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Het arrest is op 7 juli 2017 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang en omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.