ECLI:NL:HR:2017:1256

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2017
Publicatiedatum
6 juli 2017
Zaaknummer
17/01270
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk inzake inzage erfbelastingdossier

In deze zaak heeft de belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 februari 2017. Het geschil betrof de afwijzing van een verzoek tot inzage in het dossier met betrekking tot de aangifte erfbelasting voor de verkrijgingen uit de nalatenschap van een overledene.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld op ontvankelijkheid en is tot het oordeel gekomen dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten evident niet tot cassatie kunnen leiden.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na overleg met de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Hiermee is het hoger beroep in cassatie definitief afgewezen en blijft de uitspraak van het hof in stand.

Het arrest is op 7 juli 2017 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Wortel (voorzitter), Groeneveld en Beukers-van Dooren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Treuren.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en gebrek aan kans van slagen.

Uitspraak

7 juli 2017
Nr. 17/01270
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof 's-Hertogenboschvan 10 februari 2017, nr. 16/00245, betreffende de afwijzing van het verzoek tot inzage in het dossier ter zake van de aangifte erfbelasting voor de verkrijgingen uit de nalatenschap van [A].

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur‑Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2017.