ECLI:NL:HR:2017:1255

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2017
Publicatiedatum
6 juli 2017
Zaaknummer
17/01262
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in loonheffingenzaak

Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag over een naheffingsaanslag loonheffingen, boetebeschikking en heffingsrente voor de jaren 2011 en 2012.

Het beroepschrift in cassatie bevatte echter niet de vereiste gronden van het beroep. De Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen, maar belanghebbende heeft hier geen gebruik van gemaakt.

Daarom heeft de Hoge Raad, op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Er zijn geen proceskosten toegewezen. Het arrest is op 7 juli 2017 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift.

Uitspraak

7 juli 2017
Nr. 17/01262
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 1 februari 2017, nr. BK‑16/00265, betreffende de aan belanghebbende over het tijdvak 1 januari 2011 tot en met 31 december 2012 opgelegde naheffingsaanslag in de loonheffingen, de daarbij gegeven boetebeschikking en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente en belastingrente.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroepschrift in cassatie bevat niet de gronden van het beroep.
Bij aangetekende brief van 16 maart 2017, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgehaald op de afhaallocatie, heeft de griffier van de Hoge Raad belanghebbende in de gelegenheid gesteld dat verzuim te herstellen. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Nu herstel van het verzuim niet heeft plaatsgevonden, zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 Awb Pro het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer als J. Wortel voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2017.