ECLI:NL:HR:2017:1240

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2017
Publicatiedatum
6 juli 2017
Zaaknummer
16/03806
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieWet op de omzetbelasting 1968
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen omzetbelasting 2009

Belanghebbende, een vennootschap onder firma, was in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland over naheffingsaanslagen omzetbelasting en een boetebeschikking voor het jaar 2009. Het Gerechtshof Amsterdam heeft deze beroepen behandeld en uitspraak gedaan op 14 juni 2016.

Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen het arrest van het hof. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet tot cassatie konden leiden. Dit oordeel werd genomen op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest werd op 7 juli 2017 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bevestigd.

Uitspraak

7 juli 2017
Nr. 16/03806
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
V.O.F. [X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 14 juni 2016, nrs. 15/00592 en 15/00593, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord‑Holland (nrs. HAA 14/4203 en HAA 14/04204) betreffende de aan belanghebbende over het tijdvak 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 opgelegde naheffingsaanslagen in de omzetbelasting en de daarbij gegeven boetebeschikking.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren L.F. van Kalmthout en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2017.