ECLI:NL:HR:2017:1168

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 juni 2017
Publicatiedatum
27 juni 2017
Zaaknummer
16/05665
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 426 lid 1 SrArt. 453 SrArt. 457 lid 1 aanhef en onder a SvArt. 457 lid 1 aanhef en onder c SvArt. 416 lid 2 Sv
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herzieningsverzoek na vrijspraak in samenhangende strafzaken dronkenschap

De zaak betreft een verzoek tot herziening van een vonnis van de kantonrechter Rotterdam waarbij de verdachte is veroordeeld voor het in staat van dronkenschap belemmeren van het verkeer, de orde en de veiligheid (art. 426 lid 1 Sr Pro). De verdachte was tevens veroordeeld voor openbare dronkenschap (art. 453 Sr Pro) in een aparte zaak van dezelfde datum.

In hoger beroep werd de verdachte vrijgesproken van de overtreding van art. 453 Sr Pro, terwijl het hoger beroep tegen de veroordeling voor art. 426 lid 1 Sr Pro niet-ontvankelijk werd verklaard. De verdachte verzocht vervolgens om herziening van het vonnis betreffende art. 426 lid 1 Sr Pro, stellende dat de vrijspraak in de andere zaak een grond voor herziening zou vormen op basis van art. 457 lid 1 onder Pro a en c Sv.

De Hoge Raad oordeelt dat de herzieningsgrond onder a Sv niet van toepassing is omdat er geen tegenstrijdige bewezenverklaringen zijn, aangezien in één zaak vrijspraak is uitgesproken. Ook de grond onder c Sv faalt omdat een vrijspraak in een andere strafzaak niet als nieuw gegeven kan dienen voor herziening, tenzij bijzondere omstandigheden dat aantonen, welke hier ontbreken. Daarom wordt de herzieningsaanvraag afgewezen.

Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af omdat de vrijspraak in een andere strafzaak geen grond vormt voor herziening.

Uitspraak

27 juni 2017
Strafkamer
nr. S 16/05665 H
DFL
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank Rotterdam van 3 juni 2014, nummer 96/172700-12, ingediend door R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, namens:
[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992.

1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Kantonrechter heeft de aanvrager ter zake van "overtreding van het bepaalde in artikel 426 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht" veroordeeld tot een geldboete van € 240,-, subsidiair 4 dagen hechtenis.

2.De aanvraag tot herziening

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De aanvraag houdt in dat de aanvrager
- bij het vonnis waarvan thans herziening wordt gevraagd, tot straf is veroordeeld wegens overtreding van art. 426, eerste lid, Sr (in staat van openbare dronkenschap het verkeer belemmeren, de orde verstoren dan wel de veiligheid van anderen bedreigen),
- bij vonnis van dezelfde datum van dezelfde Kantonrechter eveneens tot straf is veroordeeld wegens overtreding van art. 453 Sr Pro (openbare dronkenschap), welk feit vijf minuten eerder is gepleegd dan de overtreding van art. 426 Sr Pro,
- bij arrest van het Gerechtshof Den Haag van 3 maart 2015 in hoger beroep is vrijgesproken van overtreding van art. 453 Sr Pro,
- bij arrest van 22 april 2015 van hetzelfde Hof op de voet van art. 416, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk is verklaard in zijn hoger beroep tegen het vonnis betreffende art. 426, eerste lid, Sr waarvan thans herziening wordt gevraagd.
De aanvraag tot herziening strekt tot vernietiging van laatstgenoemde uitspraak van de Kantonrechter nu, gelet op de vrijspraak van het Hof van 3 maart 2015 ten aanzien van de overtreding van art. 453 Sr Pro, sprake is van de in art. 457, eerste lid onder a, Sv bedoelde herzieningsgrond en/of van de in art. 457, eerste lid onder c, Sv bedoelde herzieningsgrond.

3.Beoordeling van de aanvraag

3.1.
Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder a van art. 457 Sv Pro slechts dienen de omstandigheid dat bij onderscheidene arresten of vonnissen bewezenverklaringen zijn uitgesproken die niet zijn overeen te brengen, en krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv Pro dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.
3.2.
Voor zover de aanvraag ertoe strekt een beroep te doen op de in art. 457, eerste lid aanhef en onder a, Sv omschreven herzieningsgrond, kan zij niet slagen omdat zich hier niet voordoet het geval dat bij onderscheidene uitspraken bewezenverklaringen zijn uitgesproken die niet zijn overeen te brengen. In een van beide zaken is de aanvrager immers vrijgesproken.
3.3.
De aanvraag kan evenmin slagen voor zover een beroep wordt gedaan op de in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv omschreven herzieningsgrond. Als een gegeven in de zin van die bepaling kan niet dienen een vrijspraak van de verdachte in - zoals in dit geval - een andere strafzaak. De gronden waarop de vrijspraak steunt kunnen onder omstandigheden nochtans wel zo een gegeven opleveren. (Vgl. HR 10 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:673, NJ 2014/373.) Te dezen is van dergelijke omstandigheden evenwel niet gebleken.
3.4.
Uit hetgeen hiervoor is overwogen vloeit voort dat de aanvraag kennelijk ongegrond is zodat als volgt moet worden beslist.
4 Beslissing
De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
27 juni 2017.