Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het namens de verdachte voorgestelde middel
5.Beslissing
31 januari 2017.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de vraag centraal of een geldbedrag van € 1.463.349,51, waarop conservatoir beslag was gelegd, verbeurd verklaard kon worden. Het hof had de vordering tot verbeurdverklaring afgewezen omdat het beslag niet strafvorderlijk maar conservatoir was.
De Hoge Raad herhaalt de relevante overwegingen uit eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2015:3689) en oordeelt dat een conservatoir beslag op grond van art. 94a Sv niet in de weg staat aan verbeurdverklaring ex art. 33a Sr. Het hof had ten onrechte geoordeeld dat de vordering moest worden afgewezen wegens het karakter van het beslag.
Het arrest van het hof wordt daarom vernietigd voor zover het de strafoplegging en de beslissingen omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen betreft. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting. De overige beroepen worden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting over de verbeurdverklaring van het geldbedrag.