ECLI:NL:HR:2017:1090

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juni 2017
Publicatiedatum
13 juni 2017
Zaaknummer
16/02647
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 552p Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep in cassatie tegen beschikking verlof ex art. 552p Sv

De zaak betreft een beroep in cassatie van klager tegen een beschikking van de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, waarin verlof werd verleend op grond van artikel 552p, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het verlof betrof een Duits rechtshulpverzoek met betrekking tot beslaglegging in de woning van klager op registermappen en ordners, waarbij tevens een foto werd gemaakt van een brief van een Duitse advocaat.

Klager stelde een middel van cassatie in via zijn advocaat, maar de Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en verwees naar een samenhangende zaak (ECLI:NL:HR:2017:1070) waarin reeds een beschikking was uitgesproken. Gezien artikel 81, eerste lid, RO, was geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee de beschikking van de Rechtbank Overijssel. De uitspraak werd gedaan in een openbare terechtzitting op 13 juni 2017 door de vice-president en twee raadsheren.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de beschikking van de Rechtbank Overijssel blijft in stand.

Uitspraak

13 juni 2017
Strafkamer
nr. S 16/02647 B
ABO/NA
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 6 april 2016, nummer RK 15/554, betreffende het verlenen van verlof als bedoeld in art. 552p, tweede lid, Sv in de zaak van:
[klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft M.M.A.J. Goris, advocaat te Almelo, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, - en de heden uitgesproken beschikking in de zaak 16/02321, ECLI:NL:HR:2017:1070 - geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 juni 2017.