Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
13 juni 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie van klager tegen een beschikking van de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, waarin verlof werd verleend op grond van artikel 552p, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het verlof betrof een Duits rechtshulpverzoek met betrekking tot beslaglegging in de woning van klager op registermappen en ordners, waarbij tevens een foto werd gemaakt van een brief van een Duitse advocaat.
Klager stelde een middel van cassatie in via zijn advocaat, maar de Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en verwees naar een samenhangende zaak (ECLI:NL:HR:2017:1070) waarin reeds een beschikking was uitgesproken. Gezien artikel 81, eerste lid, RO, was geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee de beschikking van de Rechtbank Overijssel. De uitspraak werd gedaan in een openbare terechtzitting op 13 juni 2017 door de vice-president en twee raadsheren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de beschikking van de Rechtbank Overijssel blijft in stand.