ECLI:NL:HR:2017:1063

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juni 2017
Publicatiedatum
8 juni 2017
Zaaknummer
17/00915
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 426a lid 1 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken advocaatsondertekening

In deze zaak heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel. De Hoge Raad verwijst naar de beschikking van de rechtbank van 23 november 2016 voor het geding in feitelijke instantie.

De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker wegens het ontbreken van een handtekening van een advocaat bij de Hoge Raad onder het verzoekschrift. Verzoeker diende een brief in met een verzoek om uitstel, maar dit verzoek werd door de Hoge Raad afgewezen.

De brief die op 21 februari 2017 bij de griffie van de Hoge Raad binnenkwam, voldeed niet aan artikel 426a lid 1 Rv omdat deze niet was ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Hoewel herstel mogelijk was door binnen twee weken een ondertekende brief in te dienen, maakte verzoeker hier geen gebruik van. Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het ontbreken van een advocaatsondertekening.

Uitspraak

9 juni 2017
Eerste Kamer
17/00915
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1.Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/08/179850/HA RK 15/255 van de rechtbank Overijssel van 23 november 2016.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.
Op 16 mei 2017 is bij de griffie van de Hoge Raad een brief van [verzoeker] ingekomen, waarin hij opnieuw om uitstel verzoekt. De Hoge Raad wijst dit verzoek af.

3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De op 21 februari 2017 bij de griffie van de Hoge Raad ingekomen brief van [verzoeker] voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv, omdat de brief niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit verzuim kan worden hersteld door dezelfde brief binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad opnieuw in te dienen, maar nu ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Dit brengt mee dat [verzoeker] in zijn beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
9 juni 2017.