Uitspraak
beiden wonende te [woonplaats],
zetelende te 's-Gravenhage,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
4.Beslissing
9 juni 2017.
Hoge Raad
In deze zaak vorderde de Belastingdienst van de belastingplichtigen het verstrekken van inlichtingen over een buitenlandse bankrekening, op grond van artikel 47 AWR Pro en het Koninklijk Besluit betreffende Luxemburg (KB-Lux). De belastingplichtigen stelden zich hiertegen, waarna de zaak in eerste aanleg en hoger beroep werd behandeld. Het gerechtshof Den Haag wees het beroep van de belastingplichtigen af.
De belastingplichtigen stelden vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten en beoordeelt de aangevoerde middelen. Gezien artikel 81 lid 1 RO Pro oordeelt de Hoge Raad dat de klachten niet leiden tot cassatie, omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het gerechtshof. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de belastingplichtigen in de kosten van het cassatiegeding. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof.